Kokosolie in het lichaam

Kokosolie bestaat voor een belangrijk deel uit zogeheten MCT / MCFA wat staat voor medium chain triglycerides of medium chain fatty acids. Dat zijn respectievelijk "triglyceriden (vetmoleculen) met middellange keten vetzuren" en "vetzuren met een middellange keten".

 

De opname van MCFA / MCT gebeurt op geheel andere wijze dan die van de LCT. LCT zijn long chain triglycerides oftewel "vetmoleculen met vetzuren met voornamelijk lange ketens". Vetten met voornamelijk LCT worden  in de darm eerst afgebroken tot de basisbestanddelen (te weten glycerol en 3 LCFA vetzuren), om vervolgens in zogeheten chylomicronen via het lymfenstelsel naar de lever of andere weefsels te worden gebracht.

 

MCFA (middellange keten vetzuren) worden niet in chylomicronen gepakt, maar worden direct aan de bloedstroom afgegeven via de poortader, om vervoerd te worden naar de lever. Het is om deze reden dat de MCFA een 'koolhydraatkarakter' toebedeeld krijgen. De MCFA-vetten kunnen namelijk net zo snel als koolhydraten energie leveren.

 

In het algemeen worden de langeketen vetzuren minder snel door het lichaam als brandstof gebruikt. Het lichaam prefereert korte- en middellangeketen vetzuren als het om brandstof gaat boven langeketenvetzuren.

 

Dat maakt kokosolie een zeer geschikt alternatief voor hoogglykemische koolhydraten. Deze koolhydraten kunnen het insulinesysteem te zwaar belasten. Kokosolie heeft echter geen enkele negatieve invloed op de insulinehuishouding of de bloedsuikerspiegel.

 

Kokosolie en micro-organismen

 

Kokosolie levert 52% laurinezuur en ongeveer 7% caprinezuur. Het lichaam maakt hier respectievelijk monolaurine en monocaprine van. Deze stoffen verhogen de weerstand tegen ongunstige bacteriën en schimmels. Op deze manier verhoogt kokosolie dus de weerstand van het organisme Het aantal micro-organismen waartegen kokosolie actief is, loopt zeer uiteen en gaat van Salmonella tot E. coli tot de botulismebacteriën. 

 

Enkele wetenschappelijke onderzoeken:

 

Uit een proef uit 1996 van Petschow e.a. kwam naar voren dat monoglyceriden van MCT verzadigde vetzuren allemaal reducerende effecten hadden op Helicobacter pylori.

(Petschow et al.,1996)

In een studie uit 2001 naar de reactie van de schimmel Candida albicans op vetzuren, komt naar voren dat caprinezuur (10:0) de weerstand tegen deze schimmel het snelst en meest effectief verhoogt. Laurinezuur (12:0) was effectiever bij lagere concentraties en langere blootstelling.
(Bergsson G et al., 2001)

De vatbaarheid van drie soorten bacteriën waaronder Staphylococcus aureus werd bestudeerd bij toevoeging van verschillende soorten lipiden, waaronder MCT, langeketen onverzadigde vetzuren en hun monoglyceriden. Laurinezuur (12:0), palmitoleïnezuur (16:1cis) en mono-caprine waren het meest effectief door de lipiden op het celmembraan stuk te maken.
(Bergsson G et al., APMIS. 2001)

 

Terug naar Home